Ik ging naar school. Eerst naar mijn eigen school, maar in 1941 werden we er allemaal uitgezet en moesten we naar een Joodse school. Alle middelbare scholen waren ontdaan van Joden en we moesten naar die ene Joodse school die op één plek in Rotterdam was opgericht.
Clara Haagman, oud-leerling Joods Lyceum (bron).
Wij moesten onze school uit, maar... in Rotterdam was toch het hele centrum gebombardeerd en daar bleef één gebouw staan en dat hebben ze gegeven als school voor ons.
Leen Wijler, oud-leerling Joods Lyceum (bron).
Het was een gebombardeerde school in Kralingen waar we zaten.
Lieneke van Praag, oud-leerling Joods Lyceum (bron).
Het was een oud, mistroostig schoolgebouw dat was blijven staan in een in mei 1940 deels weggebombardeerde wijk.
Arthur Trijbits, oud-leerling Joods Lyceum (bron).
Het gebouw lag middenin de kale, platgebombardeerde vlakte van Rotterdam.
Loekie van Dantzig, oud-leerling Joods Lyceum (bron).
Het nare van díe school was indertijd dat hij lag op een gebombardeerd stuk. Daar was een schoolgebouw waar ze nog twee verdiepingen van hadden gerestaureerd en daaromheen was allemaal… – wel opgeruimd, maar was een hele kale vlakte. En die lag ook niet zo in de buurt, die lag in Kralingen.
Sal Stad, oud-leerling Joods Lyceum (bron).
We kwamen samen in een schuur, een soort overblijfsel van een gebouw dat de bombardementen had overleefd, waar verder niets omheen stond.
Ernst Presseisen, oud-leerling Joods Lyceum (bron).
Op een moment moest Nike van onze school af en naar een Joods Lyceum helemaal aan het andere eind van de stad. Joodse mensen mochten niet meer met de tram en niet meer fietsen. Als we konden, fietsten Babs en ik haar tegemoet, legden haar zware tas op onze bagagedrager en liepen dan samen met Nike de lange weg naar huis, meer konden we ook niet doen.
Koosje van Kersen, op het Rotterdams Lyceum een schoolvriendin van Nike Bril (bron).
Jopi en Dodi moesten na de zomervakantie naar het Joods Lyceum, dat zich aan de andere kant van de stad (…) bevond. Op hun dagelijkse tocht naar school moesten ze de Kralingse Plaslaan, vlakbij school, zien te vermijden want de belangrijkste verbindingswegen en winkelstraten van Rotterdam waaronder de Coolsingel, de Goudse Singel, de Binnenweg en de West-Kruiskade waren verboden terrein voor joden.
Schrijver Sylvia Heimans (bron).
Carry mocht niet [meer] naar de school aan de overkant van de straat; ze moest naar een aparte school voor Joodse kinderen buiten de stad, [zodat] ze twee keer per dag anderhalf uur te voet moest lopen met een zware tas vol boeken. Hoe vaak ging ik haar wel niet ophalen om haar te helpen met het dragen van de boeken, maar helaas kon ik dat niet elke dag doen, omdat ik moest werken. De tram was vaak leeg en het arme kind mocht niet mee, allemaal omdat ze Joods was en een gele Davidster (Mogen Dowid) moest dragen.
Gustav Ulreich, vader van Carry Ulreich, oud-leerling Joods Lyceum (bron).
Daar heb ik met tussenpozen – omdat we dan weer geen vergunning hadden omdat we met de tram mochten; het was namelijk niet te lopen – mijn tweede hbs-jaar gedaan. Ik kan wel zeggen [dat ik] van het schooljaar zeker 50% niet op school [ben] geweest omdat je d’r niet kon komen omdat je geen tramvergunning had of wat dan ook.
Sal Stad, oud-leerling Joods Lyceum (bron).
Aan het einde van het schooljaar, in 1942, mochten de Nederlandse [Joodse] mensen niet langer gebruikmaken van de tram (…) en hadden zij ook geen fietsen meer. De Joden moesten hun fietsen inleveren. De enige manier om naar school te gaan, wat ongeveer een uur lopen was, was dus om naar die school te lopen.
Eddy Heidt, oud-leerling Joods Lyceum (bron).
Wij woonden aan de Beukelsdijk, in West, fietsen waren gevorderd en trams en bussen waren ‘verboden voor joden’. De loopafstand bedroeg meer dan een uur, en de route liep deels door het troosteloze, platgebombardeerde en gepuinruimde stadscentrum.
Arthur Trijbits, oud-leerling Joods Lyceum (bron).
We liepen in groepjes kinderen, zingend, door de Rotterdamse wijken.
Hetty Wijler, oud-leerling Joods Lyceum (bron).
De tocht heen en terug, te voet – want de tram was voor ons verboden – drie kwartier door de mistroostige puinvlakte van het centrum, was zwaar.
Arthur Trijbits, oud-leerling Joods Lyceum (bron).
We hebben ‘n Joodse school. Het is er reuze gezellig, net ‘n hele familie.
Carry Ulreich, leerling Joods Lyceum (bron).
De sfeer was goed, je zat met leerlingen en leraren in hetzelfde schuitje, je hoefde niets uit te leggen aan elkaar. (…) We discussieerden veel en lachten ook. Maar later werd alles somberder.
Loekie van Dantzig, oud-leerling Joods Lyceum (bron).
Het was niet merkbaar somber, het schoolleven ging gewoon door. Je merkte er thuis meer van doordat je zag en hoorde dat je ouders zich grote zorgen maakten.
Arthur Trijbits, oud-leerling Joods Lyceum (bron).
Van de leerlingen kan ik me heel weinig meer herinneren. Ik weet wel dat er een jongen bij mij in de klas zat die heette ook Stad. Dat was Leo Stad. Ik weet dat ie niet teruggekomen is na de oorlog. En voor de rest kan ik me niemand uit die school herinneren. Ik denk dat het een periode is die je gewoon uit je gedachten… uit je geheugen hebt weggewist. Want ‘t was ook niet zo’n leuke tijd.
Sal Stad, oud-leerling Joods Lyceum (bron).
De kinderen praatten over de oorlog en de bombardementen, want tegen die tijd waren de [geallieerde] bombardementen op Rotterdam begonnen. Er waren nachten dat we naar de kelder moesten vluchten en ons daar schuilhielden tot het bombardement voorbij was. Je went aan bombardementen en je begint er zelfs doorheen te slapen, wat ik eerlijk gezegd ook vaak deed. Maar 's ochtends [op school] was het eerste wat we [aan elkaar] vroegen meestal: welke bombardementen hebben we vannacht gehad? Want de haven van Rotterdam – toen al een erg grote haven – was een doelwit voor de Engelsen. De Amerikanen deden toen nog niet meer met de oorlog.
Clara Haagman, oud-leerling Joods Lyceum (bron).
Ik zal dat jaar nooit vergeten, want het was in veel opzichten een heel stimulerend jaar.
Ernst Presseisen, oud-leerling Joods Lyceum (bron).
Daar (…) kreeg ik het beste onderwijs dat ik ooit heb gehad. (…) De klassen waren klein, omdat er niet zoveel Joden in Rotterdam woonden. De sfeer was niet hard en streng, zoals op de meeste Nederlandse scholen, maar prettig en informeel.
Tinus Tels, oud-leerling Joods Lyceum (bron).
Het was een uitstekende, erg fijne school.
Carry Ulreich, leerling Joods Lyceum (bron)
Dit was een van de beste scholen die je je kunt voorstellen, omdat alle Joodse kinderen ontzettend hard studeerden. Alle leraren waren Joods en deden hun best om er iets van te maken.
Eddy Heidt, oud-leerling Joods Lyceum (bron).
Op de Joodse school werd normaal lesgegeven volgens het rooster en alle vakken kwamen aan de orde, net zoals op een gewone school. (…) Op de school werd er heel weinig aan Joodse identiteit gedaan. Eigenlijk niks, we kregen bijvoorbeeld helemaal geen godsdienstles op het Joods Lyceum in Rotterdam.
Jules Benedictus, oud-leerling Joods Lyceum (bron).
Aan het eind van het schooljaar begon het echt verkeerd te lopen.
Tinus Tels, oud-leerling Joods Lyceum (bron).
Waar je dan wel over sprak met je medescholieren was over de keus of je naar Duitsland zou gaan of niet, als je opgeroepen zou worden, onderduiken of niet. Dat weet ik nog wel. En ik wist toen al dat wij van plan waren om onder te duiken. En dat zei ik dan ook. Een ander meisje zei: ‘Nee, je kan beter maar gaan, want stel dat je gepakt wordt.’ Het risico zat aan beide kanten. Gaan was een risico, onderduiken was een risico. In het kleinkwartiertje werd daarover gesproken.
Jules Benedictus, oud-leerling Joods Lyceum (bron).
Er waren dagen dat er kinderen waren verdwenen. Die niet meer terugkwamen. Er was een lege plek. In het begin niet zo heel veel. Ik was een van de kinderen die al heel vroeg moesten vertrekken.
Clara Haagman, oud-leerling Joods Lyceum (bron).
Vanmorgen in de trein naar Rotterdam had ik gezelschap van Simon Kleinkramer. Ik heb een gedichtenboek van hem gelezen. Bijna alle gedichten waren over de dood. Zou ik bang zijn voor de dood?
Esther van Vriesland, leerling Joods Lyceum (bron).
Waarom studeer ik eigenlijk? Wat heb ik er aan? Wat is dit voor een rot wereld? Ik herinner me ineens die zin uit een verhaaltje: ‘ellendige wereld, goedenacht’. Zo sliep ik gisteravond in. Ik kan je niet zeggen hoe down ik me voelde gisteren.
Esther van Vriesland, leerling Joods Lyceum (bron)
Vorige maandag ben ik weer naar school gegaan, was reuze gezellig, want we zaten met zijn drieën in de klas. (…) Toen ik op school kwam, was elke docent erg blij mij te zien: weer een leerling erbij! Maar mama wil niet meer dat ik naar school ga. (…) Dus heb ik woensdagmiddag Drs. S. Wijnberg (rector) vaarwel gezegd. Maar hij liet me niet gaan, ik moet in ieder geval tot maandag blijven. Ik moest ook een beetje om de docenten denken (zei hij met andere woorden, want die hebben vrijstelling, en als er geen leerlingen zijn, moeten zij ook naar Polen).
Carry Ulreich, leerling Joods Lyceum (bron).
De kinderen waren dikwijls erg bedrukt. (…) Er is er ook wel eens eentje bij mij uit de klas weggehaald, midden in de les. Dat is een heel moeilijk verwerkbare ervaring. Je kunt er niks aan doen en dan komt er zo’n SS-er – Nederlanders waren dat altijd hoor – die komt dan je klas binnen en zegt: ‘Ik kom die-en-die halen’. Dan laat je hem maar gaan. Wat zou je anders doen?
Jaap van Praag, oud-docent Joods Lyceum (bron).
Ze werden bij mij weggehaald! Uit de school!
Simon Wijnberg, rector Joods Lyceum (bron).
Reacties
Er zijn nog geen reacties.