’s Middags ging ik naar de Loods Stieltjesplein (waar we ook de fietsen moesten afleveren). Er stonden allemaal schoolbanken. Die heb ik met Hetty Corper afgestoft. (…)
De eerste mensen kwamen al om half 5. (…) Plotseling zag ik ook Max Hachenberg met… een lachend gezicht. (…) Volgens hem zetten we de vriendschap nog door. Ik heb er een hard hoofd in. Ik geloof niet dat er velen van terug zullen komen, dan zal Duitsland nog op het laatst revanche op de arme Joden nemen. Zo was het altijd, zo zal het altijd blijven voor het Uitverkoren Volk. (…)
Eensklaps valt mij Clara Haagman in het gezicht. Ik (…) hol naar haar toe. Zij vertelde dat de oproep pas om 1 uur ’s middags bij haar was, omdat zij eerst naar een verkeerd adres geweest was. Zij moest dus in 5 uurtjes alles nog doen. Voor de kleren zorgen, alles merken, naar de Joodse Raad om inlichtingen, (…), haar laten afknippen (voor ongedierte), enz. enz. En de zenuwen die erbij komen. (…) Zij was ook reuze flink.
Clara Slager, een schat van een meisje uit de 4e klas gym (…) was tamelijk koud, onverschillig, maar in haar hart huilde ze, geloof ik, was er ook. Haar vader, veearts, hebben ze laatst als gijzelaar opgepikt en nu is haar moeder helemaal alleen. Dus vreselijk zielig.
Ook Joop Slagter was er. Hij vroeg of ik, als ik nog eens naar de tuinbouwcursus ga, zijn klompen mee wil brengen, want ze zijn daar moederziel alleen achtergebleven. Ook deze, meeste van school, waren uiterlijk flink. Innerlijk? Weten zij alleen maar zelf! (…)
Ik ga naar Clara Haagman, druk haar ontroerd voor het laatst de hand. Dan wil ik Clara Slager nog iets goeds wensen, maar mijn zelfbeheersing breekt, ik barst in snikken uit. In plaats voor de anderen nog een steun te zijn… Max Hachgenberg slaat een arm om mij heen en kalmeert mij zo. Nooit zal ik dit ook vergeten.
Reacties
Er zijn nog geen reacties.